|
|
|
|
1We-TV bezoekt Nanko van Buuren in Rio de Janeiro
‘Voetbal is het integratiemiddel bij uitstek’
Van bovenaf ziet Rio de Janeiro eruit als een kleurrijke lappendeken. Daaronder gaat een wereld van extreme armoede schuil. Waar criminele bendes en corrupte politie elkaar als luizen in de pels bestrijden. Er tussendoor beweegt Groninger Nanko van Buuren zich in de armste krottenwijken onvermoeibaar als ‘El Patron’, dat het midden houdt tussen Patron (baas) en Pai (vader). “Het is regelmatig vechten tegen de bierkaai.”
Een zware biels verspert de toegang tot Terra Encantada, één van de ruim zeshonderd favela’s in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Temidden van armzalige hutjes struint een straathond een berg afval af op zoek naar iets eetbaars. Hier, op het terrein van een voormalige staalkabelfabriek, hebben zo’n twaalfhonderd families in amper 3,5 jaar tijd een gammel onderkomen gevonden. Nanko van Buuren uit Groningen stopt zijn Landrover vlakbij de ingang van de sloppenwijk. Met zijn imposante postuur, gestoken in een smetteloos wit overhemd en donkerblauwe blazer, trekt hij direct de aandacht. In no time is hij omringd door een groepje kinderen met kortgeschoren koppies. “Tegen de luizen”, verduidelijkt Nanko, terwijl hij de kinderen enthousiast begroet.
Open riool In de favela’s van Rio gaat Nanko van Buuren al ruim twintig jaar als ‘El Patron’ door het leven. Al snel is duidelijk dat iedereen deze man met zijn priemende helblauwe ogen adoreert. Hier en daar deelt hij een aai over de bol, een hand, een kus of een paar reals uit. “De meesten ken ik al van jongs af aan”, vertelt hij, ons in de richting van een straatbarretje loodsend. Balancerend op de grens, heeft Van Buuren met zijn organisatie IBISS dagelijks te maken met de georganiseerde misdaad en het corrupte politiesysteem. Ondanks, of misschien wel dankzij, het gevaar dat hij ook zelf daarbij loopt -“laatst ben ik in mijn auto nog beschoten door de politie”- voelt hij zich in Rio de Janeiro thuis.
‘Laatst ben ik in mijn auto nog beschoten door de politie’
Onder begeleiding van een zware delegatie van vijf personen, krijgen we even later een rondleiding door de wijk. Het is een van de armoedigste favela’s die we de afgelopen dagen hebben bezocht. De krottenwijk doet zijn naam eer aan. Hier geen stenen huizen met geasfalteerde wegen, maar krotjes die van afvalhout, verroeste spijkers, lappen stof, kartonnen dozen en golfplaten aan elkaar hangen. Ironisch genoeg zijn sommige hutten voorzien van een heuse deur, mét hangslot en een wit gekalkt huisnummer. Smalle steegjes leiden ons als in een doolhof dwars door de wijk. Honden, kippen, katten, een paard, een varken en ongetwijfeld muizen en ratten; alles loopt er dwars door elkaar heen over de hopen afval op bijna elke straathoek. Plotseling doemt voor ons een riviertje op, als een groene oase in het hart van de verder troosteloze sloppenwijk. Met als bindend element tussen het ene en het andere deel van de wijk een pittoreske hangbrug van ijzeren hekken en staalkabel. Alleen de stank die hier hangt, verraadt dat het riviertje één groot open riool is.
Traumaverwerking Ogenschijnlijk bevinden de bewoners van deze favela zich in een uitzichtloze situatie. Maar het tegendeel is waar, zo blijkt uit het verhaal van Nanko van Buuren. “98 Procent van de kinderen in deze wijk gaat inmiddels naar school. We hebben centraal geregeld dat ze eten mee naar school krijgen. Er wordt huiswerkbegeleiding gegeven en ze kunnen alfabetiseringslessen volgen. Dat laatste gebeurt aan de hand van de spelregels van voetbal, waarmee de kinderen spelenderwijs leren lezen, schrijven en rekenen. Als dé sport van Brazilië is voetbal het integratiemiddel bij uitstek.”
Ook muziek en kunst dragen bij aan de ontwikkeling van de jongeren die als zogeheten ex-soldado’s vaak een traumatisch verleden hebben. “Door middel van rap en graffiti kunnen ze hun gevoelens tot uitdrukking brengen, wat bijdraagt aan hun traumaverwerking”, legt Van Buuren uit. Met zijn organisatie wist hij al honderden kindsoldaten uit handen van de drugsmaffia te redden. Reddende engel
Wat deze Groninger beweegt om zich als reddende engel voor de favelabewoners op te werpen? “Het mag niet mogelijk zijn dat bepaalde groepen uitgesloten worden uit de samenleving, want dan krijg je dit soort excessen”, klinkt het standvastig. “Daarom moet je zorgen dat deze mensen integreren en dat de rest dat accepteert. In Italië heeft dit geleid tot sluiting van alle psychiatrische inrichtingen. In Nederland is door dit uitgangspunt de basis gelegd voor de ambulante psychiatrie. Hier in Brazilië zeggen ze in eerste instantie dat je gek bent, maar dat je het vooral moet proberen. Als ze zien dat pionieren werkt, pakken ze het op.”
‘Een missie? Onzin. Ik doe gewoon mijn ding’
Inmiddels is IBISS met 68 innovatieve projecten actief in bijna vijftig favela’s. Hiermee probeert de organisatie een brug te slaan tussen de krottenwijken in Rio en het zogeheten asfalt, oftewel de geciviliseerde wereld. En met succes. Door middel van de projecten bereikt Van Buuren met zijn 430 medewerkers dagelijks zo’n 25.000 mensen. Zwaar geschut Desondanks wordt hij naar eigen zeggen soms gek van het toenemende geweld. “Het is regelmatig vechten tegen de bierkaai. De favela’s worden met zwaar geschut compleet beheerst door de georganiseerde misdaad. Alleen al aan cocaïne gaat er per week een paar kiloton in om, met een straatwaarde van dertig à veertig miljoen dollar. Wij laveren tussen de bendes en de politie, waarbij we van de laatste het meeste te vrezen hebben. In de afgelopen tien jaar zijn achttien medewerkers van IBISS vermoord. Maar dat geeft mij alleen maar de stimulans om door te gaan. Een missie? Onzin. Ik doe gewoon mijn ding.”
|
|
|
|