Met 49 vestigingen is Poiesz in het noorden van het land een grote speler in de supermarktbranche. Én een koploper op het gebied van duurzaamheid. “Uiteraard hebben we een rendementsdoelstelling, maar duurzaamheid staat even hoog in het vaandel”, vertelt Johan Lammers. Want: “Als je niet vooraan loopt, verlies je de slag.”
Voedselverlies
Zo rijden alle vrachtwagens van Poiesz al enige tijd op Euro V en zijn ze voorzien van roetfilters. In de supermarkten wordt de restwarmte van de koelingen gebruikt voor verwarming van de winkels en vindt warmterecycling plaats. Vis uit de rode lijst wordt uit de winkels geweerd en verse producten worden zoveel mogelijk in kleine porties verkocht om voedselverlies tegen te gaan.
Energiewinst
Wat dat laatste betreft, gaat Poiesz zelfs nog een stap verder: voedselverlies wordt omgebogen naar energiewinst door de reststromen te verwerken tot energie. “Producten die over de houdbaarheidsdatum zijn, worden gescheiden, vermalen en verwerkt in biogasinstallaties”, legt Lammers uit. “De energie die hieruit wordt gewonnen, gaat terug naar boederijen zoals die van Anton Stokman.”
Imago
Dit is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor het imago van de winkelketen. “We merken dat de consument duurzaamheid steeds belangrijker vindt. Als je hierin niet of te laat meegaat, ben je ‘m simpelweg kwijt. Aan de andere kant staan de prijzen steeds meer onder druk. Dat betekent dat je steeds op zoek bent naar de gulden middenweg: als een duurzaam product slecht verkoopt, verdwijnt het snel weer uit de schappen. De consument is en blijft dus wel leidend.”