Exclusief interview met Muhammad Yunus voor 1We-TV
‘Mensen moeten het heft in eigen hand kunnen nemen’
“Conventionele banken zijn onrechtvaardig; ze verstrekken geen leningen aan mensen die het ‘t hardst nodig hebben.” En: “In de meeste Derde Wereldlanden is de regering niet het juiste adres voor buitenlandse ontwikkelingshulp.” Muhammad Yunus, de goeroe van het microkrediet, windt er geen doekjes om. In het hoofdkantoor van zijn Grameen Bank in Dhaka vertelt hij onomwonden over zijn strijd tegen de armoede. Zélfs in de Verenigde Staten, waar de Bengaalse bank begin vorig jaar neerstreek. Het lijkt de omgekeerde wereld: een bank uit een ontwikkelingsland geeft financiële hulp aan een Westers land. Volgens Muhammad Yunus is er echter niets nieuws onder de zon. “Dat doen we al sinds 1987”, vertelt hij. “Bill Clinton nodigde mij destijds als gouverneur uit om in Arkansas het Grameen-programma te starten. Sindsdien is het over heel Amerika verspreid en ook in diverse Europese landen. Maar de uitvoering deden we nooit zelf. Met de opening in 2008 van de Grameen Bank America in New York zijn we voor het eerst echt zichtbaar in de Westerse wereld.”
Eigen mening Waarom nu? Vanachter zijn bureau in zijn eenvoudige kantoor van het torenhoge Grameen-pand vouwt Yunus zijn handen. De Nobelprijs winnaar voor de Vrede (2006) heeft zo zijn eigen mening over het financiële systeem in de VS. “Dat is verre van perfect. Er zijn bijvoorbeeld vele miljoenen mensen die geen bankrekening kunnen openen, laat staan dat ze een lening krijgen. Simpelweg omdat ze in de ogen van de traditionele banken niet kredietwaardig zijn. Hun looncheck krijgen ze niet gecasht. Tenzij ze naar de zogenaamde ‘check cashing-’ of ‘payday loan companies’ gaan. Maar die zetten hen met gigantische woekerrentes af. Er zit dus duidelijk een hiaat in het systeem. Dat willen we met ons microkredietprogramma dichten.”
‘Ik deed alleen maar wat ik dacht dat moest gebeuren’
Yunus’ allereerste lening bedroeg 27 dollar, die hij uit eigen zak betaalde aan een groep van 42 vrouwen in het dorp Jobra, vlakbij Chittagong. Sindsdien heeft zijn Grameen Bank alleen al in Bangladesh ruim 6,5 miljard dollar geleend aan 7,5 miljoen mensen. Als hoogleraar economie aan de Chittagong University belandde Yunus in 1976 ongewild op het pluche van de bankdirecteur. Gekleed in zijn bekende outfit -een blauw-wit geruit overhemd met een beige hesje- oogt hij totaal niet als een bankdirecteur. “Dat wilde ik ook helemaal niet worden”, lacht Yunus zijn al even bekende lach. “Ik deed alleen maar wat ik dacht dat moest gebeuren.”
Vrouwen De Grameen Bank was zijn antwoord op het volgens hem falende systeem van de gevestigde orde. Naast de pertinente weigering van banken om geld te lenen aan de armen, verzette Yunus zich fel tegen de discriminatie van vrouwen in het financiële systeem. “Nog niet 1 procent van de leners bleken vrouwen te zijn. Ook al waren ze nog zo rijk, ze kwamen niet voor een lening in aanmerking. Alleen maar omdat ze vrouw waren! Bij de start van de Grameen Bank stond voor mij vast dat de helft van de leningen naar hen zou gaan.”
‘Vergeleken met 1971 zijn we er veel beter aan toe’
Al snel werd duidelijk dat microkredieten bij vrouwen in betere handen waren dan bij mannen. De hele familie bleek er veel meer baat bij te hebben. Yunus: “Vrouwen hebben een langere termijn visie als het om business gaat. En ze zetten zich harder dan mannen in om zo snel mogelijk uit de armoede te komen. Dus we besloten het roer om te gooien. Nu gaat 97 procent van onze leningen naar vrouwen." Ruim dertig jaar na de start van de Grameen Bank en miljarden dollars verder, heeft Yunus de armoede in zijn land nog niet kunnen verslaan. Toch ziet hij de toekomst optimistisch tegemoet. “Vergeleken met 1971, toen we onafhankelijk zijn geworden van Pakistan, zijn we er veel beter aan toe. De armoede daalt gestaag." Enorme barrière Over buitenlandse hulp aan ontwikkelingslanden is Yunus duidelijk. “Ik ben van mening dat het nodig moet worden herzien. De traditionele manier van hulpverlening is niet de manier om mensen vooruit te helpen. In de meeste Derde Wereldlanden is de regering niet het juiste adres voor buitenlandse ontwikkelingshulp. Dat is een enorme barrière. We moeten dus een mechanisme ontwikkelen waarbij je direct de mensen bereikt die het nodig hebben. Want wil je armoede echt oplossen, dan moet je hen in staat stellen om het heft in eigen hand te nemen.”
|